Naar het Stedelijk Gym

Nieuwsgierig geworden?

Zo ziet een dag eruit!

In woord en beeld

Op de hoogte

Koffie of thee? Ja, graag!

Als je een wiskundige vraagt of hij koffie of thee wil, antwoordt hij waarschijnlijk met: ja! Aangenomen dat hij een van beide dranken wil hebben, is het op zich een correct antwoord op deze vraag. Toch wordt er in het taalgebruik iets anders mee bedoeld. De vraagsteller wil natuurlijk weten welke van deze twee dranken de wiskundige wil.

Die precisie in taal is iets wat wiskundigen gemeen hebben. Ze mogen graag plagen met opmerkingen als ‘Wiskunde is leuker als je denkt’. Maar ook een goedbedoelde opmerking zoals “Als je honger hebt, dan ligt daar een appel” kan wiskundige wenkbrauwen laten fronsen. Als er geen appel ligt, kun je immers wel degelijk honger hebben. In de wiskunde is een als-dan-constructie wat anders dan het alledaags gebruik.

Als wiskundedocent verbaas ik mij wel vaker over taalonlogica. Zo weet bijvoorbeeld iedereen dat twee niet gelijk is aan drie. Toch is een tweesprong in het Nederlands precies hetzelfde als een driesprong. En sinds wanneer beschouwen we ‘nul citroenen’ eigenlijk als een meervoud? Waarom is iemand die halverwege de dertig is, niet gewoon een vijftienjarige?

In de spreektaal begrijpt iedereen wat je bedoelt als je zegt: ‘Van de acht bananen heb ik er vijf weggelegd. Nu heb ik drie bananen over.’ Tegelijkertijd schrijven leerlingen precies daarom bij wiskunde zo vaak deze fout op: ‘8·b – 5 = 3·b’. Het woord ‘bananen’ kun je in een Nederlandse zin prima weglaten, maar in wiskundige zin leidt het tot onzin en dus tot een streep in je schrift.

Begrijpend lezen, weten wat je weglaat, snappen hoe een zinsconstructie werkt, het is allemaal een randvoorwaarde om goed met wiskunde aan de slag te gaan. Het precies kunnen zijn met een taal is in de exacte vakken cruciaal. Veel dank gaat uit naar mijn collega’s bij Nederlands. Misschien zijn zij zich amper bewust van hun grote bijdrage aan mijn vak. En als ik u nu vraag of u het met mij eens bent of niet, dan antwoordt u natuurlijk: ja!

Martijn Leisink, docent wiskunde