In woord en beeld

Op de hoogte

Boekentips

Voor lettervreters en onderzoekers

Fijn dat ze er weer zijn!

‘Jullie zouden moeten weten wat ruilvoetverslechtering is’, zeg ik tegen een van mijn klas 5-clusters.
‘Ja maar meneer, dat was zeker tijdens één van die online lessen?’, reageert een leerling. Om er haastig aan toe te voegen: ‘Daar was ik serieus altijd bij!’ Haar opmerking is nauwelijks meer te horen; de klas lacht hard om haar bekentenis dat “deelname” aan de digitale lessen een nogal rekbaar concept is.Waar waren de leerlingen al die tijd? Sinds 2 juni weten we weer zeker waarom we ze zo missen. Het is gewoon gezellig met ze op school. Veel leerlingen halen de cognitieve leerdoelen ook wel zonder ons. Maar op school word je ook sociaal-emotioneel gevormd. Met de camera’s en microfoons uit kan je tijdens een online les niet zien hoe het met een leerling is. Je kunt dan niet na de les vragen of de leerling even blijft om te vragen hoe het met hem of haar gaat.
Als aardrijkskundeleraar probeer ik mijn leerlingen te vormen tot kritische wereldburger. Zo prikkel ik ze met opmerkingen over politieke leiders die prominent in de media aanwezig zijn. Het liefste over de leiders die verkiezen die communicatie als eenrichtingsverkeere te laten verlopen. Hoe lastig gaat dat in een digitale les! Ik zie niet hoe leerlingen reageren, dat mijn verhaal verkeerd begrepen wordt of dat er überhaupt wel behoefte is aan een verhaal.

Eigenlijk was het gemis van de leerlingen op school half maart direct duidelijk. De communicatie tussen docent en leerling is maar voor de helft verbaal. Vorige week zag ik in de ogen van leerlingen dat een stukje extra uitleg gewenst was. Op andere momenten merken we juist dat de uitleg te lang duurt. Met een online les lukt het dan niet om een leerling weer wakker te maken met een dreun op het bureau.
Hoe presentatoren op de radio het met slechts een microfoon doen, weet ik niet, maar het praten tegen een stuk plastic met touchscreen dat initialen weergeeft, is bizar. Bij elke vraag of opmerking van een leerling leefde ik op. Dat gaf me energie. Alles liever dan het gevoel dat je tegen een boom, afstandsbediening of fles water aan het praten bent. Er zijn mensen voor minder van de weg gehaald.

In de tussentijd waren de leerlingen gewend geraakt om wat passief de lessen te volgen. De eerste fysieke lessen op school waren vreemd. Ver uit elkaar voerden de leerlingen een nieuw ritueel met papier en alcohol uit. Praten was niet de bedoeling, leek het idee. En dan zitten ze eindelijk voor je, heb je nog steeds het gevoel dat je in Madame Tussauds in het luchtledige kletst. Het was ook nooit goed. ‘Het is bijna… vakantie!’, sluit ik een les af. Een jongeman reageert: ‘Maar meneer, zo voelde het de afgelopen maanden ook al…’

 Michel de Valk