Home | ELO | Sitemap | Zoeken

Geschiedenis

Geschiedenis is een vak, waarin je leert hoe mensen zich vroeger wisten te redden, hoe ze soms goede bestuurders hadden en soms slechte, hoe ze grootse en meeslepende daden verrichten, maar soms ook gruwelijke dingen deden. Door al die verhalen leer je de menselijke soort steeds beter kennen, en leer je ook, dat mensen in verschillende culturen en verschillende tijden tegen dezelfde dingen heel anders aan konden kijken. In de klassen 1 tot en met 3 maken we een lange reis door de tijd, waarbij we duizenden jaren voor Christus beginnen, en na de Tweede Wereldoorlog eindigen. Hoe ziet onze reis door de tijd eruit? Om te beginnen is onze reisleider het boek Sprekend Verleden. We slaan het boek open bij hoofdstuk I...

Het begon allemaal heel ver weg…

In de 1e klas brengt onze teletijdfiets ons als eerste in de Prehistorie.

Vanaf de oermens, met zijn hunebedden en grotschilderingen, fietsen we naar het oude Egypte, als voorbeeld van één van de oudste beschavingen die we kennen. Wat is dat eigenlijk een beschaving? En waarom ontstond die beschaving juist daar, aan de oevers van de Nijl? Hoe zat de Egyptische samenleving in elkaar?

Vanuit Egypte fietsen we oostelijk om de Middelandse Zee heen, om in Griekenland uit te komen. De Griekse cultuur wordt wel de bakermat van de Westerse beschaving genoemd. Waarom eigenlijk? En waarom gingen ze in Athene zo’n rare bestuursvorm uitproberen, waarbij alle vrije, volwassen, mannen uit de stad mee mochten praten over de toekomst van hun stad?

Van Griekenland naar Rome

Vanuit Griekenland is het maar een kleine stap naar Rome, ofschoon de Romeinen uit heel ander hout gesneden waren als de Grieken. Het rijk van de Romeinen beheerste meer dan 500 jaar een behoorlijk deel van Europa, en ook nog veel gebieden daarbuiten. Waaruit bestond de bijdrage van de Romeinen aan de Europese cultuur? En hoe kon dat ooit zo machtige rijk uiteindelijk ten val komen?

Het laatste onderwerp in klas 1 is de periode volgend op het Romeinse Rijk: de middeleeuwen. Waarom noemen we dat eigenlijk de middeleeuwen? En waarop lijken wij tegenwoordig meer, op de romeinen of op de middeleeuwers? Wat zien we tegenwoordig allemaal nog om ons heen uit de middeleeuwse tijd?

De moderne tijd: opstanden, oorlogen en revoluties

In klas 2 pakken we de draad op na de Middeleeuwen. We noemen die periode de Renaissance. In een aantal opzichten wilde men niets meer met de Middeleeuwen te maken hebben, en probeerden wetenschappers en kunstenaars juist weer meer op de oude Grieken en Romeinen te lijken. In die periode begon de invloed van de in de Middeleeuwen zo machtige kerk van Rome af te brokkelen. Veel mensen liepen over naar nieuwe, christelijke kerkgemeenschappen: de protestanten. Dat was ook een van de oorzaken van de opstand die hier, in de Lage Landen, ontstond tegen de wettige koning op dat moment: Philips de Tweede van Spanje. Waarom kwamen die Nederlanders eigenlijk zo massaal in verzet? Had dat alleen met geloof te maken?

De oorlog duurde in ieder geval tachtig jaar, en aan het eind van die tachtig jaar was er een nieuw, zelfstandig land ontstaan: De Republiek der Zeven Verenigde Provincies. Voor de Lage Landen begon de zelfstandigheid met enorme welvaart, de Gouden Eeuw.

Maar in de 18e eeuw bleek het toch lastig om ons hier, in dit kleine landje, telkens teweer te moeten stellen tegen onze grote buurlanden Frankrijk en Engeland. Nederland was niet meer zo belangrijk als in de Gouden Eeuw. Aan het eind van de 18e eeuw werd ons land meegesleurd in een stroom van gebeurtenissen die heel Europa 20 jaar lang in zijn greep zou houden: De Franse Revolutie, en de opkomst en ondergang van Napoleon Bonaparte. Hoe was het mogelijk, dat in 20 jaar tijd heel Europa zo op zijn kop werd gezet? Wat bezielden de Fransen – een raar volkje natuurlijk, maar toch... – om hun koning in het openbaar te onthoofden? En waarom viel Napoleon vervolgens zo ongeveer alle buurlanden van Frankrijk aan?

Ondertussen was er in Europa nog een revolutie aan de gang. Die revolutie verliep wat minder stormachtig en onstuimig dan de Franse Revolutie, maar ze was minstens even invloedrijk: De Industriële Revolutie. Dromerige plattelandsnederzettingen veranderden in stinkende, overbevolkte industriesteden. De welvaart nam toe, doordat allerhande goederen massaal, en veel goedkoper geproduceerd konden worden. Waarom gebeurde dat eigenlijk in de 18e en vooral de 19e eeuw? Waarom leidden de uitvindingen van Leonarde da Vinci eeuwen eerder niet al tot een industriële revolutie? En de oude Grieken wisten al dat je met stoom beweging kunt veroorzaken. Waarom duurde het dan tot het eind van de 18e eeuw voordat er eindelijk een behoorlijke stoommachine kwam?

Tegelijkertijd met de toenemende welvaart leerde de mensheid een hele nieuwe soort van ellende kennen. We hebben het dan over het uitzichtloze leven waarin arbeiders in de 19e eeuw met hun hele gezin terechtkwamen als ze 7 dagen per week, 10 uur per dag het smerige, saaie, zware en gevaarlijke werk in de fabriek moesten doen. Om vervolgens in overvolle woonkazernes te moeten slapen, die vochtig, koud, slecht geïsoleerd en compleet onhygiënisch waren. En dat brengt ons in klas 3...

En nog meer revoluties - en oorlogen trouwens!

Sommigen, zoals Karl Marx, vonden dat de arbeiders zich moesten organiseren in politieke partijen en vakbonden, om zo op te kunnen komen voor hun belangen. Bovendien vonden ze het gewoonweg rechtvaardig, en ook ontontkoombaar, dat arbeiders een revolutie ontketenden om de macht te grijpen en daarmee verbetering in hun leefomstandigheden te brengen. In Rusland gebeurde dat in 1917 voor het eerst, als de tsaar verdreven wordt door opstandige burgers en soldaten, en de communisten de macht grijpen.

Als in Sint Petersburg en Moskou de rode vlaggen van het communisme worden gehesen, is Europa alweer drie jaar lang bezig met het grootste drama uit de geschiedenis van de oorlogsvoering. Sinds augustus 1914 woedt de Eerste Wereldoorlog, en in hoog tempo worden de jonge mannen van Duitsland, Frankrijk, Rusland, Oostenrijk en Engeland opgeofferd aan een doel dat nooit bereikt wordt. Een paar kilometer terreinwinst, dat is de oogst van 4 jaar vechten.

WO-I wordt niet gemakkelijk vergeten, vooral niet door de mensen in de landen die de oorlog verloren hadden – Duitsland en Oostenrijk. Zij worden zwaar gestraft voor het feit dat de overwinnaars van de Oorlog ervanuit gaan dat zij, Duitsland en Oostenrijk schuldig zijn aan het beginnen van de Oorlog. Te zwaar, vinden veel Duitsers en Oostenrijkers, want de armoede en de werkeloosheid in hun land is groot, en velen voelen zich ontzettend in de hoek gezet. Bovendien waren zowel Duitsland als Oostenrijk ooit een machtig keizerrijk, maar na het einde van de oorlog werden ze tegen de zin van velen in een republiek. Als in 1929 in heel de wereld een economische crisis uitbreekt, is de onvrede in Duitsland zo groot, dat de nationaal-socialistische partij van Adolf Hitler aan de macht weet te komen. De rest van dit verhaal houd je tegoed... in klas 4!

Geschiedenis in de bovenbouw

In de klassen 4 en 5 behandelen we een aantal verschillende onderwerpen. Een belangrijk onderwerp uit klas 4 is bijvoorbeeld de Koude Oorlog. Hoe kon het komen dat de bondgenoten Rusland en Amerika direct na de Tweede Wereldoorlog zo lijnrecht tegenover elkaar kwamen te staan? En wat betekende die tegenstelling voor Europa?

Een ander onderwerp waar we ons in gaan verdiepen is de geschiedenis van China. China, dat in de tijd die wij hierboven de Middeleeuwen hebben genoemd, al een veel hogere en verfijnde cultuur had dan wij hier in West-Europa hadden. Maar dat in de 19e eeuw ten prooi viel aan de hebzucht en veroveringsdrang van datzelfde Europa, en dat in de 20e eeuw gedurende tientallen jaren verscheurd werd door oorlogen en burgeroorlogen. Hoe kan het, dat dit China op dit moment politiek en economisch zo’n belangrijk land aan het worden is?

Een laatste voorbeeld is het Midden-Oosten. Hoe kan het, dat een gebied dat 100 jaar geleden als een onbelangrijke uithoek van de wereld werd beschouwd, tegenwoordige zo ongeveer elke dag in het nieuws is vanwege oorlog, aanslagen of vredesonderhandelingen? Waar ligt de oorsprong van al deze onrust, en welke partijen en belangen speeldenen spelen in al die conflicten een rol?

In klas 6 tenslotte, gaan we je voorbereiden op het eindexamen. Op het programma staan dan de onderwerpen waar het eindexamen dat jaar over gaat.